logo huisartsopleiding nederland

Ruim 4 weken na de toetsafname worden de toetsuitslagen aan de opleidingen verzonden. De aios ontvangen feedback per toetsonderwerp en per 'nevenindeling', samen met een toelichting

Aios die uitzonderlijk goed presteren bij de LHK-toets krijgen via de eigen opleiding een oorkonde als ze de huisartsopleiding afsluiten.

 

De criteria zijn:

 

  • Voor alle toetsen is het resultaat ten minste ‘voldoende’;
  • Voor de laatste twee toetsen is het resultaat ‘goed’.

Om de uitslagen van de landelijke kennistoets te bepalen worden de aios die in een vergelijkbare fase van de opleiding zitten ingedeeld in groepen, de referentiegroepen. Bij het bepalen van de referentiegroep gaan we uit van de effectieve studieduur: de studieduur waarbij rekening wordt gehouden met deeltijdpercentage en onderbrekingen. Vanaf het 2e jaar wordt tevens rekening gehouden met vrijstellingen. 

 

De opleidingsduur telt, zonder vrijstellingen, 156 weken (3 jaar). Als de opleiding bijvoorbeeld 16 weken wordt onderbroken voor zwangerschapsverlof tellen deze weken niet mee voor de opleidingsduur. De opleiding duurt dan weliswaar 172 weken, maar de effectieve opleidingsduur blijft 156 weken. Als de opleiding in 50% deeltijd wordt gevolgd, duurt de opleiding 312 weken, maar de effectieve opleidingsduur blijft 156 weken. Voor de bepaling van de referentiegroep wordt dus gekeken naar de effectieve opleidingsduur op de peildatum (04/04 voor de apriltoets en 10/10 voor de oktobertoets).

 

Bij een effectieve opleidingsduur van:

 

1-26 weken Referentiegroep 1
27-52 weken Referentiegroep 2
53-78 weken Referentiegroep 3
79-104 weken Referentiegroep 4
105-130 weken Referentiegroep 5
131-156 weken Referentiegroep 6

 

Vanaf jaar 2 (effectieve studieduur > 52 weken) worden de vrijstellingen opgeteld bij de effectieve studieduur.

 

3 maanden vrijstelling 13 weken erbij
6 maanden vrijstelling 26 weken erbij
9 maanden vrijstelling 39 weken erbij
12 maanden vrijstelling 52 weken erbij

 

Iemand met 1 jaar vrijstelling kan dus direct van groep 2 naar groep 5 (ipv. groep 3).

 

Vrijstellingen voor een reeds gevolgd gedeelte van de huisartsopleiding tellen wel vanaf het begin mee bij het bepalen van de effectieve studieduur.

 

Bij een verlenging om onderwijskundige redenen wordt de duur van de verlenging afgetrokken van de effectieve studieduur, zodat de aios in een lagere referentiegroep komt. Iemand met 110 weken effectieve studieduur en 13 weken verlenging om onderwijskundige redenen komt daardoor in referentiegroep 4 (110 - 13 = 97). 

 

Met onderstaand excelbestand kun je zelf de referentiegroep bepalen:

 

xlsBerekening referentiegroep aios

Om de uitslagen van de landelijke kennistoets te bepalen worden de aios die in een vergelijkbare fase van de opleiding zitten ingedeeld in groepen, de referentiegroepen. 

 

Bij het bepalen van de referentiegroep wordt uitgegaan van de effectieve studieduur, dit is de studieduur waarbij rekening wordt gehouden met deeltijdpercentage en onderbrekingen. Daarnaast wordt vanaf het 2e jaar rekening gehouden met vrijstellingen. Lees verder.

De mogelijke uitslagen van een LHK-toets zijn: Onvoldoende, Voldoende of Goed. De normering van de toets is relatief en de cesuur is dus niet vooraf bekend. 

 

Voor het vaststellen van de uitslagen zijn twee normen nodig: de Onvoldoende/Voldoende norm (O/V-norm) en de Voldoende/Goed-norm (V/G-norm). Aan elke toets doen zes referentiegroepen mee, en voor elk daarvan worden eigen normen vastgesteld.

Na afname van een toets wordt per referentiegroep de gemiddelde waarde (M), de standaarddeviatie (SD), de O/V-grenswaarde (M-SD) en de V/G-grenswaarde (M+SD) van de %goed-fout scores bepaald. Op deze wijze wordt een reeks van 6 O/V- en V/G-grenswaarden verkregen.

 

Zowel de O/V-norm als de V/G-norm horen niet te dalen voor opeenvolgende jaargroepen en de V/G-norm mag niet lager zijn dan de O/V-norm. Indien dit of een vergelijkbare onwenselijke situatie zich voordoet, worden de normen bijgesteld.

Tussen het moment waarop aios de toets maken en het moment van terugrapportage van de resultaten (de feedback) zit een periode van ruim vier weken. Deze periode is nodig voor de verwerking van de gegevens en voor de beoordeling welke vragen achteraf uit de toets moeten vervallen.

 

Het resultaat wordt berekend door de score behaald met de correcte antwoorden te verminderen met de score behaald met de incorrecte antwoorden. De vraagtekens worden als nul geteld.

 

  • Voor een vraag met twee antwoordopties is er bij een fout antwoord een aftrek van 1 punt. 
  • Voor een vraag met drie antwoordopties is de aftrek bij een fout antwoord 0,5 punt.
  • Voor een vraag met vier antwoordopties is de aftrek 0,33 punt.
  • Een goed antwoord levert 1 punt op en een vraagteken 0 punten.

 

Bij een niet ingevuld antwoord vult de computer automatisch een "?" in. Om inleesfouten te voorkomen, is het advies altijd een antwoord of "?" aan te strepen.

 

De uiteindelijke score is procentueel. In dit geval is dat 100 maal de absolute score gedeeld door het aantal vragen dat de uiteindelijke toets bevat (dus na aftrek van eventueel vervallen vragen). 

 

Bij het weergeven van het resultaat wordt de aanduiding Score gebruikt. De "Score" is gelijk aan het percentage aantal goede antwoorden min de procentuele foutscore