logo huisartsopleiding nederland

LHK-ProF biedt aios mogelijkheden om na te gaan hoe het staat met hun invulgedrag. 

 

In de LHK-toets wordt de vraagteken (‘weet niet’)-antwoordoptie toegepast. Voor fout-beantwoorde vragen worden punten afgetrokken om het gokken te ontmoedigen. Het nodigt uit om voor het ‘?’ te kiezen als de vraag niet duidelijk is of het onderwerp te onbekend. Bij ontbreken van zo’n aftrek zou gokken altijd voordelen opleveren en zou waarschijnlijk vrijwel iedere deelnemer (ook de jongerejaars) alle vragen beantwoorden. Het feit dat het invulgedrag mede bepalend is voor het resultaat, wordt ook als een nadeel beschouwd. Het blijkt dat de deelnemer die te terughoudend is met het beantwoorden van vragen en te snel het ‘?’ kiest, zichzelf tekort doet en gemiddeld lager scoort dan medestudenten die minder terughoudend zijn. 

 

Bijvoorbeeld het verloop van het percentage '?' voor Totaal, laat zien of er in vergelijking met de referentiegroep (te) veel gekozen wordt voor ‘?’. Een relatief hoog percentage Incorrect kan een indicatie zijn voor een te grote gokbereidheid en/of te gering vermogen om te bepalen wat men wel en wat men niet weet. 

 

Tips en adviezen

  • Neem regelmatig pauzes van enkele minuten tijdens de toets; zo werk je met kortere spanningsbogen en frequentere momenten van uitrusten.
  • Over 't algemeen geldt: hak snel knopen door; ga niet te veel zitten ‘zoeken’.
  • Het is nuttig om individueel of samen te oefenen met vragen; anderen gaan vaak heel anders met tekst om dan jij. Ook het zelf schrijven van toetsvragen verbetert je inzicht, zeker als je ze voorlegt aan een ander ter beantwoording; spreek dan ook over de manier waarop de ander de vraag heeft gelezen/geïnterpreteerd. 
  • Bij vrijwel elke toets komt het voor dat verstandig commentaar van aios tot het vervallen van vragen leidt of tot sleutelwijzigingen. Het is daarom heel zinvol om goed naar vragen te kijken die je fout had; een sleutelwijziging betekent in zo’n geval 2 extra punten.

De informatie uit LHK-ProF is bij uitstek geschikt om te worden gebruikt als bron voor reflectie over de persoonlijke kennisontwikkeling van een aios. De door het systeem aangemaakte overzichten en grafieken kunnen in het portfolio worden ondergebracht en up to date gehouden worden. Het materiaal kan een belangrijke bijdrage geven aan het functioneren van een portfolio en efficiënt en effectief overleg van aios en begeleider en/of opleider. 

Docenten kunnen nagaan hoe goed hun vak of de door hun in het onderwijsprogramma ingebrachte thematiek het ervan af brengt in de resultaten van de LHK-toets. 

 

In het verloop van de kennis op groepsniveau (referentiegroepen) kan de docent indicaties vinden over waar het onderwerp aan de orde komt, de kennis voldoende beklijft en hoe ze zich verder ontwikkelt. Daartoe kan de docent het scoreverloop van een referentiegroep van een bepaald jaar in de eigen opleiding vergelijken met die van de landelijke referentiegroep. Uit de patronen die dat oplevert, kan afgelezen worden of de kennisontwikkeling te wensen overlaat en hoe systematisch de verschillen zijn. Wanneer die ontwikkelingen serieus te wensen overlaten kan dat een aanleiding zijn om te zoeken naar oorzaken en mogelijkheden tot verbetering.

 
Behalve uit de score kan de docent ook nuttige informatie halen uit bijvoorbeeld het percentage '?' of percentage Incorrect. Indien die voor een onderwerp hoog zijn (in vergelijking met andere onderwerpen) dan kan dat een indicatie zijn voor te moeilijke vragen en/of tekortkomingen in het onderwijsprogramma.

 

10114850

 

10114846

 

Bij bovenstaand gebruik van LHK-ProF gaat het vooral om de rol van de docent als constructeur en uitvoerder van onderdelen van het onderwijs. Daarnaast treden docenten op als begeleider en adviseur van aios en zijn in die rol geïnteresseerd in de sterkte-zwakte analyse van de aios.

Een aios kan inloggen, bij voorbeeld na afloop van een afname van de LHK-toets en de resultaten van de laatste toets inzien. Aan de hand van het overzicht per subtoets kan de aios de eigen score vergelijken met die van de referentiegroep. 

 

Indien daarbij zwakheden aan het licht komen, kan in een longitudinale presentatie van de betreffende categorie bekeken worden of het gaat om een incidentele zwakke score of dat het gaat om een systematisch zwak gescoord subdomein. In dat laatste geval is er aanleiding om na te gaan (wellicht in overleg met collega-aios, huisartsbegeleider of opleider) wat de oorzaak kan zijn en hoe aan verbetering kan worden gewerkt.

 

Natuurlijk kan het ook interessant zijn om van sterk gescoorde subdomeinen na te gaan of het om een incidentele uitschieter gaat of een systematisch sterk gescoord subdomein.

 

Bij het onderzoeken van het verloop op subtoetsen is het aan te raden om ook de gecumuleerde score na te gaan. Daarin komt namelijk doorgaans het systematische verloop duidelijker tot uitdrukking.