Tijdens mijn coschappen wilde ik neuroloog worden. Of kinderarts, of longarts, alle specialismen kwamen voorbij. Het was op de Spoedeisende Hulp dat ik de breedte van het medische vak ontdekte, maar als basisarts in een huisartspraktijk werd het me pas echt duidelijk. Dat contact met de mensen, een medisch vraagstuk opstarten, dat je mensen al kunt helpen met kleine dingen…toen wist ik het zeker: huisarts vind ik het mooiste vak!
Als voorbereiding op mijn sollicitatiegesprek heb ik voorbeelden bedacht van situaties die ik heb meegemaakt. Mijn doel was niet alles uit het hoofd leren en dat robotachtig opdreunen tijdens het gesprek, maar meer iets in m’n achterhoofd hebben om gewoon lekker een gesprek te voeren over je ervaringen. Ik ben een makkelijke prater, dat scheelt misschien al. Die mensen van de sollicitatiecommissie zitten er ook niet om jou te veroordelen, ze kijken of er iets van een reflectiemogelijkheid in zit. En ja, aangenomen! In de pauze van mijn werk heb ik samen met mijn toenmalige collega’s 20 minuten lang zitten genieten van dat goede nieuws. Daarna ben ik gewoon weer aan de slag gegaan, met een big smile op mijn gezicht.
Mijn eerste dag als aios, september 2025, was in een kleine, gemoedelijke dorpspraktijk in Limburg. Ook al had ik ervaring als basisarts, je zit als aios toch anders in de wedstrijd. Je hebt meer verantwoordelijkheid, je wilt goed presteren. En ik was me er goed van bewust dat dit dé opleiding is – het begin van het laatste stuk van al die studiejaren. Die eerste weken waren dus wel wat spannender dan normaal. Niet alleen met patiënten, maar ook wat betreft werken in de huisartspraktijk. Wat is mijn plek hier? Wie heeft hier de touwtjes in handen en bij wie moet ik zijn? Die vragen verdwijnen na een tijdje allemaal naar de achtergrond. Ik dacht: prima, dit kan ik, dit gaan we doen en het komt goed!
Een eyeopener in die begintijd was de eerste psychiatrische patiënt. Ik heb in de psychiatrie gewerkt, dus dat heb ik wel in de vingers, dacht ik. Het gesprek ging prima. Maar mijn begeleider zei na afloop: ‘Je snapt alles van psychiatrie, maar ik zie geen huisarts, wel een specialist die tak-tak-tak een lijstje afvinkt. Als je nou een stap teruggaat en de patiënt gewoon ‘s vraagt: hoe gaat het met je?’ Aha, leerde ik, ik moet dus meer een gesprek voeren. Dat levert je meer informatie op over de context. Die arts-patiëntcommunicatie is echt heel belangrijk en de opleiding geeft je de juiste tools. Met moeilijke situaties leer ik gaandeweg omgaan. Reflectie helpt, al is dat voor mij soms nog lastig omdat ik al snel denk: het gaat toch goed, ik hoef er niet naar te kijken. Maar dat moet je dus wel doen. Tegenwoordig probeer ik, voor ik naar huis ga, vijf minuten de tijd te nemen om te kijken wat ik vandaag heb gedaan. Dan stap ik de deur uit en denk: ja, dat was moeilijk, maar ik sta achter mijn handelen.
De opleiding brengt me wat ik ervan verwachtte. Werken als huisarts is zo mooi! Elke dag al die nieuwe mensen met hun verhalen. Je weet nooit van tevoren wat je die dag gaat beleven. Mijn doel is dat alle patiënten zich gehoord voelen en weer vooruit kunnen. Zoals de vrouw die ik een jaar lang heb begeleid, toen haar man ziek werd en overleed. Na dat jaar gaf ze me een hand en zei: ‘Ik ben er nog lang niet, maar het eerste jaar zonder mijn man zit erop en ik sta er positief in. Ik heb mijn leven weer op de rit.’ Toen vertrok ze met een glimlach op haar gezicht. Dat is gewoon prachtig!
Jesse Nabbe, aios