Regels en voorwaarden

Welke regels en voorwaarden gelden voor het aanvragen van een vrijstelling? 

 

Vrijstelling van (een deel van) de opleiding kan maximaal twee jaar bedragen. 

Bij elke vrijstellingsaanvraag moet de aios aantoonbaar maken, dat de competenties van het opleidingsonderdeel waarvoor de vrijstelling aangevraagd wordt redelijkerwijs reeds door eerdere gelijkwaardige werk- en of opleidingservaring zijn verworven.

 

De aios maakt dit aantoonbaar door middel van het aanleveren van een portfolio met door medisch eindverantwoordelijke getekende verklaringen betreffende:

- de erkenning als opleidingsinrichting van de instelling waar de werkervaring opgedaan is,

- de duur en de inhoud van de werkervaring en de hiermee verkregen en gebleken competenties.

 

De competenties die bereikt moeten worden in de opleidingsperioden in de huisartspraktijk, stage psychiatrische ziekten en psychosociale problematiek (GGZ), de stage chronische ziekten en complexe problematiek (CZ) en klinische stage staan beschreven in de ComBel (Competentie BeoordelingsLijst) voor de respectievelijke stages. De link laat alle ComBeLs zien. De aios (en opleider) kan aan de hand van deze lijsten vereiste competenties en indicatoren de met de werkervaring behaalde EVC’s beschrijven.

 

  • Ervaring op het gebied van de huisartsgeneeskunde bij een erkende opleider in een erkende huisartspraktijk kan bijdragen aan een door het hoofd vast te stellen vrijstellingsduur. 
  • Voor volledige vrijstelling van de klinische stage wordt uitsluitend ervaring op het gebied van spoedeisende geneeskunde/heelkunde als relevant beschouwd. 
  • Ervaring op het gebied van interne geneeskunde, kindergeneeskunde of gynaecologie (zie Specifiek Besluit Huisartsgeneeskunde, art. B1 lid 1.b) kan bijdragen aan een vrijstelling van maximaal 3 maanden voor de klinische stage.
  • Ervaring opgedaan in een ander specialisme dan spoedeisende geneeskunde/ heelkunde, interne geneeskunde, gynaecologie of kindergeneeskunde (zoals bijvoorbeeld cardiologie of longziekte) kan individueel inhoudelijk worden beoordeeld op de vraag of op basis daarvan een bijdrage aan de vrijstelling voor een klinische stage kan worden verleend.
  • Voor vrijstelling van een stage chronische ziekten/complexe problematiek wordt ervaring op het gebied van verpleeghuisgeneeskunde, klinische geriatrie of revalidatiegeneeskunde als relevant beschouwd. 
  • Werkervaring in de neurologie of interne geneeskunde zal in het algemeen niet kunnen leiden tot vrijstelling voor de chronische stage. 
  • Voor vrijstelling van een stage psychiatrische en psychosociale problematiek wordt ervaring in het specialisme psychiatrie als relevant beschouwd. 
  • In het algemeen geldt dat werkervaring binnen één afdeling of instelling slechts voor één vrijstelling kan worden aangedragen. Als de aios werkervaring binnen één instelling wil aanmerken voor meerdere vrijstellingen dan dienen de periode voldoende lang te zijn en de EVC’s zeer stevig te worden onderbouwd. 
  • De duur van een verleende vrijstelling bedraagt wat de stage betreft ten hoogste de duur van het betreffende onderdeel van het Opleidingsplan van de Huisartsopleiding. 
  • Als een vrijstelling wordt verleend, wordt de aios tevens vrijgesteld van het cursorisch onderwijs dat in de betreffende periode valt. 
  • De vrijstelling wordt bij aanvang van de opleiding voorlopig toegekend en na 6 maanden opleiding definitief vastgesteld. Na de definitieve vaststelling is de aios verplicht om van de verleende vrijstelling gebruik te maken.